De werkgever, zzp-er en de vormen van arbeid

De werkgever, zzp-er en de vormen van arbeid

1200 801 Steven van der Werff

De ZZP doelstelling van het kabinet is om de verschillen tussen vaste dienstverbanden en andere vormen van arbeid, via tijdelijke contracten of via ZZP te verkleinen.

Vast werk minder vast, flex werk minder flex, is het motto.

Geconstateerd is dat er een toenemende weerstand is tegen het in dienst nemen van vast personeel. In dit kader worden de zeer strenge ontslagregels versoepeld. Hoewel niet met zoveel woorden gezegd, gaan we min of meer terug naar zoals het vroeger was. Daar hoort ook een verhoging van de ontslagvergoeding bij. Voor werkgevers met minder dan 25 man personeel wordt de loondoorbetalingverplichting bij ziekte teruggebracht van twee naar één jaar. Daarnaast zullen voor kortdurende (lees geen vaste) arbeidsovereenkomsten de sociale zekerheidspremies omhoog gaan.

Uitzendingen, detachering en payrolling

Een bedrijfstak die in de lift zit, wordt verder gereguleerd. Het is met name de bedoeling om werknemers die gedetacheerd/gepayrolled/uitgezonden zijn dezelfde rechten te geven als de vaste werknemers van het bedrijf waar ze aan het werk zijn.

Het is de vraag of al deze maatregelen voldoende zijn om werkgevers te bewegen meer werknemers in vaste dienst te nemen.

De ZZP-er

De wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) wordt weer afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een systematiek met aan de onderkant een in fiscaal opzicht verplichte arbeidsovereenkomst. Aan de bovenkant komt de mogelijkheid in fiscaal opzicht buiten de arbeidsovereenkomst te blijven. Voor de middengroepen wordt een systeem geïntroduceerd dat een ieder geval de opdrachtgevers weer de zekerheid moet geven of er in fiscaal opzicht wel of geen arbeidsovereenkomst is.

De onderkant:

Bij een laag in rekening te brengen tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst, of een laag in rekening te brengen tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt voor ZZP-ers bepaald dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit lage tarief wordt gesteld op loonkosten tot 125% van het wettelijke minimumloon, of de laagste loonschalen in cao’s. Verwacht wordt dat dit uurtarief ca € 18,= bedraagt. Indien de duur van de overeenkomst minimaal drie maanden omvat, is sprake van een ‘langere duur’..

De bovenkant:

Bij een hoog tarief in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst, of een hoog tarief in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt voor zelfstandigen een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd. Bij een tarief van meer dan € 75 per uur is sprake van een hoog tarief. Een overeenkomst van kortere duur wordt in dit kader gedefinieerd als korter dan een jaar.

De middengroep.

Verwezen wordt naar het systeem in Engeland. Via een webmodule, moeten de opdrachtgevers vooraf zekerheid krijgen over de vraag of er sprake is vaan een dienstbetrekking of niet. Een jaar of twee geleden zijn de pogingen om een dergelijk systeem in Nederland in te voeren, althans te programmeren, stopgezet. De redenen daarvoor zijn eigenlijk heel simpel. De vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst, is geen fiscaalrechtelijke doch een civielrechtelijke vraag.

Dienstbetrekking of niet?

Ons burgerlijk recht kent maar twee vormen van het leveren van arbeid. Arbeid in het kader van de dienstbetrekking en arbeid in het kader van een opdracht. Het knelpunt zit met name in de fiscaliteit omdat inkomen uit de dienstbetrekking zwaarder wordt belast dan inkomen uit de onderneming.

Zolang in het burgerlijk recht geen vorm van arbeid komt die staat tussen enerzijds de dienstbetrekking en anderzijds het ondernemerschap, zal het in de fiscaliteit altijd worstelen blijven met de vraag of iemand nu wel of niet in een dienstbetrekking werkzaam is. Door het stellen van duidelijke grenzen aan de onderkant en bovenkant, wordt het probleem niet weggenomen doch wel verkleind.

Komt de VAR terug?

Vervolgens is de vraag of we nu terugkeren naar de VAR. Voor de middengroepen is de vraag wel of geen dienstbetrekking doorslaggevend. Een webmodule die daar antwoord op moet geven, gebaseerd op de huidige fiscale wetgeving, zal altijd zeer grof werken. Dat betekent dat er óf min of meer structureel weer een vrijwaring wordt gegeven, dan wel er blijven continu discussies.

De structurele oplossing

De enige structurele oplossing is het creëren van die tussenvorm van arbeid in het burgerlijk recht. Dit wordt ook gezien door het nieuwe kabinet. Helaas legt die deze vraag neer bij de sociale partners Gezien de nu al stevige oppositie van de vakbonden, moet gevreesd worden dat dit lang gaat duren, met voorlopig een zeer kleine kans op een structurele oplossing.

Conclusie:
De verschillen tussen vast, flexibel en ZZP worden kleiner. Of dat genoeg zal zijn is de vraag. De wet DBA staat feitelijk op non actief. Het wachten is nu op een systeem dat de VAR weer terugbrengt, in een gewijzigde vorm en uiteraard onder een andere naam. De gewenste zekerheid zal voorlopig uitblijven. De uitzend/detachering/payroll markt zal voorlopig blijven groeien.